Rinus van Kempen, Horst

:Rinus van Kempen bouwt klokken

Tekst uit artikel over Rinus in “Hallo Horst aan de Maas”

 22-12-2010 door: Redactie:

Horstenaar Rinus van Kempen heeft een passie: klokken maken. De klok die vorig jaar gereed kwam, een zogenaamde skeletklok, is het pronkstuk van zijn collectie.

Kort voor zijn pensionering in 1996 wist Van Kempen het zeker: klokken bouwen werd zijn nieuwe hobby. Van Kempen (73 jaar) was gereedschapsmaker van beroep en metaal bewerken vond hij prachtig om te doen: “Het mooiste dat er is: iets tastbaars maken van een stukje metaal.”

Marinus van Kempen bij zijn Torenuurwerk

Het maken van klokken kwam toevallig op zijn pad: “Vroeger had een onderhoudsmonteur bij ons op het werk zelf een Friese staartklok gebouwd. Dat klonk interessant en toen ben ik zelf gaan pionieren. Ik begon ook met een grote Friese staartklok. Dat ging me opmerkelijk goed af. Ik had er blijkbaar aanleg voor. Ik ben bij de Klokkenmakersclub in Eindhoven gegaan en leerde zo andere klokkenmakers kennen. Vanaf dat moment ben ik er echt fanatiek in geworden.”
Klokken maken is zeer arbeidsintensief werk. Van Kempen: “Het begint met bouwtekeningen zoeken. Je moet de bouwtekening achterhalen van de klok die jij wilt maken. Dat is niet zo gemakkelijk, want officiële klokkenmakers zoals de klokkengieterij Eijsbouts in Asten zijn erg terughoudend om tekeningen te laten zien. Daarna ga je de materialen verzamelen, die zijn soms erg kostbaar zodat je gaat zoeken naar voordelig maar kwalitatief goed spul. Met die materialen ga je alle onderdelen maken, een moeilijk en tijdrovend proces. Vaak bouw je een klok die andere, kleinere afmetingen heeft dan het origineel. Dan moet je secuur te werk gaan. Vervolgens komt het frame, de tandwielen, het aanbrengen van de onderdelen en dan voeg je alles samen. Dan nog eens alles bijstellen en bijsturen en tenslotte de afwerking en het polijsten. Ik heb nu vijf klokken gemaakt in zestien jaar. En ik ben er bijna dagelijks mee bezig.” Zijn vrouw Annie vult aan: “Dan is het elf uur ‘s avonds en valt hem iets in. Dan gaat hij gerust nog een uurtje werken.”

Rinus van Kempen haalt zijn kick uit meerdere momenten: “Soms zit ik uren na te denken over een oplossing. Die zal er hoe dan ook komen. En als ik het dan heb, ja, dat geeft een goed gevoel. Maar het allermooiste is het moment dat je de klok voor het eerst aanzet: dat is natuurlijk het moment waar je het allemaal voor doet. Als het dan goed werkt, dan ben ik wel een beetje trots, ja.”
De skeletklok, een klok die ‘doorzichtig’ is zodat je al het binnenwerk kunt zien, is het pronkstuk van de collectie. Van Kempen: “Ik had in Den Bosch een heel klein skeletklokje gezien. Samen met twee andere klokkenmakers was ik enthousiast. We besloten een doorzichtig kerktorenuurwerk te gaan maken. We zijn vervolgens op zoek gegaan naar tekeningen en kwamen bij de vooroorlogse kerkklok van de Horster Lambertuskerk uit. Onze klokken, we hebben er alle drie één gemaakt, zijn qua formaat exact de helft van de oorspronkelijke klok, die in de oorlog verwoest is. We hebben dus verschillende rekenmodules moeten gebruiken. Het heeft veel energie gekost, maar het resultaat is ernaar. Iedereen die hier komt, kijkt zijn ogen uit. Ik ben er nog niet in geslaagd de kerktoren te beklimmen, ik zou graag zien of er na de oorlog weer voor dezelfde soort klok is gekozen.”
De klokken, waaronder een prachtige Engelse wingklok, verdienen een breder publiek. Van Kempen: “Men heeft me al enkele keren gevraagd om te exposeren. Maar dat wil ik niet. Ik ben bang voor een te grote aanloop. Ik heb absoluut geen geheimen en soms vind ik het wel jammer dat bijna niemand dit ziet, maar het moet wel allemaal leuk blijven. Niet teveel drukte!” van Kempen heeft alweer een nieuw project in zijn hoofd: “Een draaiorgel maken, dat lijkt me prachtig. Hoe zo’n instrument werkt, dat is kunst. Dat is een enorme uitdaging. Maar ja, ik kan hier in huis geen hout bewerken. Daar heb ik nog geen oplossing voor. Dus ik ben nog zoekende. Nu hou ik me bezig met een hete luchtmotor, dat kost ook veel tijd.” Als zijn vrouw Annie dat hoort, sluit ze toepasselijk af: “Ja, klokken zat, maar geen tijd!”