De Langste dag: 21 juni

Geplaatst door Toon Michiels op 21 juni 2012

Het verloop van de langste dagen van het jaar.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het verloop van de langste dagen van het jaar

De langste dag (ook: zomerpunt) op het noordelijk halfrond valt elk jaar rond 21 juni, maar niet steeds precies op deze datum. Het is ongeveer de dag waarop de zonnewende (zomerwende) plaatsvindt. Dit zomerpunt is het hoogste (noordelijkste) punt van de schijnbare zonnebaan (ecliptica), recht tegenover het winterpunt. In 2005 bijvoorbeeld was het inderdaad op 21 juni, maar meestal is het een of twee dagen eerder en een zeldzame keer op 22 juni.

Dat de tijd ertussen het langste is wil niet zeggen dat zonsopkomst het vroegste en zonsondergang het laatste is, want deze vallen niet samen. In juni 2003 kwam de zon het vroegste op op de 17e en ging de zon het laatst onder op de 25e. Er zitten acht dagen tussen deze twee momenten. In het midden van die periode is het verschil tussen zonsopkomst en -ondergang het grootst en spreken we dus van de langste dag. Het plaatje maakt deze periode aanschouwelijk, dit geldt voor 2003, voor een plaats in het midden van Nederland (declinatie 23,5° noord, rechte klimming 6 u., zie ook: hemelbol). Het verschil tussen opkomst en ondergang bij het minimum of maximum en op de langste dag bedraagt 65 tot 95 seconden.

Met de langste dag wordt natuurlijk niet de lengte van het etmaal bedoeld (want die blijft bijna 24 uur), maar de lengte van de periode dat het licht is. Ook wordt de tijd dat het nog licht is terwijl de zon al onder is niet meegerekend, dit kan in Nederland oplopen tot na 23 uur op de langste dag. De astronomische zomer begint in de buurt van de langste dag.

De langste dag (ook: zomerpunt) op het noordelijk halfrond valt elk jaar rond 21 juni, maar niet steeds precies op deze datum. Het is ongeveer de dag waarop de zonnewende (zomerwende) plaatsvindt. Dit zomerpunt is het hoogste (noordelijkste) punt van de schijnbare zonnebaan (ecliptica), recht tegenover het winterpunt. In 2005 bijvoorbeeld was het inderdaad op 21 juni, maar meestal is het een of twee dagen eerder en een zeldzame keer op 22 juni.

Dat de tijd ertussen het langste is wil niet zeggen dat zonsopkomst het vroegste en zonsondergang het laatste is, want deze vallen niet samen. In juni 2003 kwam de zon het vroegste op op de 17e en ging de zon het laatst onder op de 25e. Er zitten acht dagen tussen deze twee momenten. In het midden van die periode is het verschil tussen zonsopkomst en -ondergang het grootst en spreken we dus van de langste dag. Het plaatje maakt deze periode aanschouwelijk, dit geldt voor 2003, voor een plaats in het midden van Nederland (declinatie 23,5° noord, rechte klimming 6 u., zie ook: hemelbol). Het verschil tussen opkomst en ondergang bij het minimum of maximum en op de langste dag bedraagt 65 tot 95 seconden.

Met de langste dag wordt natuurlijk niet de lengte van het etmaal bedoeld (want die blijft bijna 24 uur), maar de lengte van de periode dat het licht is. Ook wordt de tijd dat het nog licht is terwijl de zon al onder is niet meegerekend, dit kan in Nederland oplopen tot na 23 uur op de langste dag.

Op het zuidelijk halfrond van de aarde is dit alles omgekeerd en begint rond 21 juni de winter.

Reacties zijn gesloten.