Bingo in Sint Anthonis!

Cor in zijn werkplaats.

Cor in zijn werkplaats.

Als klokkenmaker krijg je altijd wel iets te horen of te zien. Zo kwam het dat ik bij het zoeken naar  gegevens over klokkenmaker Grad van den Berg uit Oploo een naam door kreeg van een klokkenmaker uit Sint Anthonis. Ook al kende ik veel klokkenmakers en verzamelaars deze naam kwam mij niet bekend voor. Na telefonisch een afspraak te hebben gemaakt bezocht ik deze klokkenmaker. En onder het genot van een kop koffie kwamen we er al snel achter dat we eenzelfde interesse hadden. Cor ( van de Mond) bleek verrassend veel te weten over klokken en verzamelaars die ik ook kende, en toonde mij diverse uurwerken en klokken van zijn verzameling. Waarbij een klok mij al bij binnenkomst was opgevallen, een staande klok gesigneerd met, H. VANCUIK a Boxmeer. Maar welke Hermanus van Cuijk was dit, want in de stamboom staan er twee, Hermanus van Cuik (1782-1863), en Hermanus van Cuijk 1861-1934).

H VANCUICK A Boxmeer

H VANCUICK A Boxmeer

Cor vertelde dat de klok van de Pastoor van Overasselt kwam. Het uurwerk en de  kast waren in een perfecte staat en uit 1e helft van de 19e eeuw. Wat het meeste opviel was de glazen wijzerplaat. Tot dan toe had ik alleen uurwerken van, Van Cuijk gezien met een tinnen cijferring. Het uurwerk mist alleen het wekker mechanisme inclusief touw en gewichten daarvoor. Het heeft er wel op  gezeten gezien de wekker instelschijf achter de wijzers, en de gaten en uitsparingen in het uurwerk en de kast. Dit zou te herstellen zijn, echter zonder wekker is het ook een geweldig mooie klok. Bij een staande klok zijn meestal de wekkergewichten toch niet zichtbaar!

H VANCUICK A Boxmeer

H VANCUICK A Boxmeer

Gezien de bouw van het uurwerk en de kast is de klok van de hand  van Hermanus Gerardi, Petri, Jacobi van Cuijk,  geboren op 21 december 1782 te Sint Antonis. Zijn ouders waren Gerardus van Cuik en Elisabeth Schnitselaer zij verhuisden als Hermanus  4 jaar is naar Boxmeer. Uit gegevens van een volkstelling in 1810 blijkt dat Hermanus en zijn broer Jacobus staan ingeschreven als horloger. Hermanus huwt op 12 mei 1812 met Henrica Jurgens geboren op 15 november 1787 te Boxmeer. Het echtpaar krijgt 7 kinderen.

Hermanus van Cuijk 1782-1863 St.Anthonis- Boxmeer

Hermanus van Cuijk en  Hendrika Jurgens Boxmeer

Na de klok uitvoerig te hebben gefotografeerd vroeg ik aan Cor, of hij nog meer zulke klokken in wist te staan. Cor vertelde dat hij er vermoedelijk nog wel een in Sint Anthonis wist te staan, die hij moest nakijken. Tja, dat laat mij dan niet meer los, dus vroeg ik regelmatig aan Cor of ik hem bij de bezitter kon gaan bekijken. Tot op een maandag Cor met een collega klokkenmaker bij mij aanklopte met de bewuste klok bij zich. Bingo, dacht ik, bij een eerste blik, aangezien ik nooit gok zijn zulke verrassingen voor mij de prijs in een loterij. En over deze die klok in een volgend artikel meer.

H VANCUICK A Boxmeer

Linkerzijaanzicht klok, H VANCUICK A Boxmeer

Rechter zijaanzicht klok H VANCUICK A Boxmeer

Rechter zijaanzicht klok H VANCUICK A Boxmeer

Toog met de signatuur: H VANCUICK A Boxmeer

Toog met de signatuur: H VANCUICK A Boxmeer

H VANCUICK A Boxmeer (3)

SONY DSC

SONY DSC

Hendrika van Cuijk- Jeurgers 1782- 1874 Boxmeer (7)

 

 

 

 

Van Kuick en Van Cuijk- Sint Anthonis en zijn klokkenmakers.

Deel II

Klokkenmakers, van Cuijk. ( met vele foto’s)

Door Toon Michiels, Vierlingsbeek 25-december 2014

Rond 1700 komt Petrus de zoon van Jacob van Cuick vanuit  Nieukerk bij Kerken in Duisland naar Sint Antonis. (Van deze Jacob zijn geen klokken bekend vermoedelijk was hij smid geweest.)

Gerardus van Cuijck Coning in st. Antonis 1761 - kopieNieuwkerk is een deelgemeente van het Duitse plaats Kerken. Het behoorde tot het graafschap Meurs en kwam in 1594 in handen van het huis Oranje- Nassau, en in 1702 kwam het in Pruisische handen als hertogdom Moers .

Het kan zijn dat Petrus van Cuijck  i.v.m. met een machtswisseling van daaruit vertrok naar Sint Antonis. Het zou ook kunnen zijn dat  hij een opdracht voor het maken van een torenuurwerk in Sint Antonis heeft aanvaard, of daar zijn vrouw heeft gevonden. Een zuster en broer van Petrus van Cuijck hebben respectievelijk in Boxmeer, Straelen en Mill  gewoond (zie de  stamboom van Herman Jan van Cuijk uit Boxmeer verderop in dit artikel.) Deze Herman Jan van Cuijk was de laatste, van Cuijk, die een klokken en juweliers zaak had in Boxmeer en is nu historicus. Dankzij Herman Jan van Cuijk is bovenstaand koningsschild van Gerardus van Cuijck bewaard gebleven.

De naam van Cuijck komt overigens in vele vormen voor, zoals van Kuijk, Kuick, Kuijck, Cuijk, en cuijck, en afgeleidde daarvan zoals Kuis.

Het is daarom moeilijk zoeken, in archieven. Bijvoorbeeld een uurwerk kan gesigneerd zijn met van Kuijck, maar in de archieven kan dezelfde persoon staan als van Cuijck. Daarbij komt nog dat het gebied ”Gelre” nogal eens van nationaliteit veranderde.

Kuick, Kuyk, Cuyk Cuijck, enz.

Kuick, Kuyk, Cuyk Cuijck, enz.

Hieronder nog een prachtig voorbeeld met de naam Kuijk.

Zoekend op de diverse spellingen van de naam  van “Cuijk” stuitte ik op het volgende artikel:

DE KLOKKENMAKER door G.W.Kuijk uit Diepenveen

Nieuwe afbeelding (2)

DE KLOKKENMAKER  het verhaal staat op :   http://www.gwkuijk.nl/feuilletons/ravenstroater/590-de-klokkenmaker 

 Maar we gaan verder met de klokkenmakers van Sint Antonis, zonder h zoals het op de klok en koningsschild staat, met de stamboom.van CUYCK - Aangepaste versie.

 Een zoon van Jacob van Cuijck, Petrus, is mr. fijnsmid en hij bouwde zonnewijzers, torenuurwerken en staande horloges. ( Geb.  1710-  overl. 1796 in St Antonis.) Er zijn echter geen klokken van hem bekend. Hij werkte van 1740 tot 1796 in Sint Antonis.

Petrus van Cuijck kreeg 7 kinderen, waaronder drie zonen die allen in Sint Antonis als  klokkenmaker hebben gewerkt. Een van die zonen is Gerardus.

Gerardus-van-Cuijck-1731-1809-

Gerardus-van-Cuijck-1731-1809-

Van Gerardus van Cuijck, ( Geb. 1731 en overl. in 1809) die gehuwd was in 1756 met Hermina Croef, is bekend dat hij staande horloges bouwde. Een daarvan uit 1773 is pas kort geleden in Sambeek ontdekt. Gerardus van Cuijck werkte van 1761 tot 1780 in Sint Antonis. Na zijn tweede huwelijk in 1776 met Elis Schmitzler verhuisde hij +/- 1780 naar Boxmeer. In het boek ”Dutch antique domestic clocks”, staat een staartklok van Gerardus afgebeeld. Ook staat er een staande klok van Gerardus van Cuijck in het Kempens Museum, en diverse klokken bij vooral regionale verzamelaars. Op dit moment zijn er 7 klokken bekend, en er zullen ongetwijfeld nog klokken van hem in particuliere handen zijn. Vermoedelijk was Gerardus van Cuijck een aanzienlijk persoon, wat blijkt uit de gouache die portrettist Joannes Laube van hem heeft gemaakt.

Frappant is de signatuur van zijn klokken, hier enkele voorbeelden: G. van Kuick S. Antonis 1762, G van Kuyk A Boxmeer, G Van Cuyk Me Fecit  A Boxmeer, en op het Coningschild staat, Gerardus van Cuijck Coning St.Antonis 1763.

Jacobus van Cuijck, ( 1746- 1820) een broer van Gerardus, werkte van 1785 tot zijn overlijden in 1820 ook in Sint Antonis. Het is bijna vanzelfsprekend dat hij samen met Gerardus en nog een andere broer Godefridus van Cuick ( 1743- 1824) werkte. Deze Godefridus werkte van 1780 tot 1790 in Sint Antonis en vertrok daarna naar Escharen en Cuijk vermoedelijk na zijn tweede huwelijk. Er kunnen dus ook klokken van Godfridus van Cuick zijn. En het kan ook zijn dat de van Cuick’s, het graveren uitbestede en de graveur de naam verkeerd graveerde. Dat er uitbesteed werd geeft, de volgende foto te zien!

Foto: robert@schiltenuurwerkrestauratie.nl

Foto: robert@schiltenuurwerkrestauratie.nl

             Vraagtekens bij deze signatuur !: G van Cuik Me Fecit  s Anthoniüs 

Zonen van Gerardus van Cuijk,  te weten Jacobus van Cuijck (1736-1860) werd klokkenmaker in Vierlingsbeek.  En Michael van Cuijck, 1761- 1835 overleed 74-jarige leeftijd  te Grave als klokkenmaker.

Van Cuick, aangepaste versie.

Van Cuick, aangepaste versie.

De uurwerken van de van Cuijck waren zoals vele in die tijd hangklokken en stonden op een stoeltje. En werden later toen het mode werd in een kast gebouwd. Toren uurwerken van, van Cuijck ken ik wel maar niet uit Sint Antonis. Na 1820 kan ik geen gegevens meer over van Cuijk’s als klokkenmaker in Sint Antonis vinden. De familie gaat wel als klokkenmakers verder in Boxmeer, met achtereenvolgend:  Hermanus (1781-1863), Antoon 1823-1890) , wederom Hermanus (1861-1934), Anthonius ( Tontje) (1900-1971), en de laatste Herman Jan. Tot zover deze klokkenmakers familie, maar er komt wel dit jaar nog een artikel over een andere, van Kuyck, uit Venray die een torenuurwerk bouwde voor Bakel. Hieronder is de stamboom verder te volgen.van CUYCK - 2 - kopie

 G.-van-Kuick-S.-Antonis-1762

G.-van-Kuick-S.-Antonis-1762

Uurwerk van: G. Van Cuyck Me Fecit A Boxmeer

Uurwerk van: G. Van Cuyck Me Fecit A Boxmeer

G-van-Kuyk-A-Boxmeer

G-van-Kuyk-A-Boxmeer

Uurwerk van: G. Van Cuyck Me Fecit A Boxmeer

Uurwerk van: G. Van Cuyck Me Fecit A Boxmeer.

G Van-Cuyk Me Fecit A Boxmeer

G Van-Cuyk Me Fecit A Boxmeer

Foto: robert@schiltenuurwerkrestauratie.nl En of deze klok door een , van Kuik gemaakt is betwijfel ik.

Foto:robert@schiltenuurwerkrestauratie.nl                                                                                                                        En of deze klok door deze, van Cuik, gemaakt is betwijfel ik.

 

Gerardus van Cuijck Coning St.Antonis 1761

Gerardus van Cuijck Coning St.Antonis 1761

(Gerardus) van Cuick St Antoni +- 1800 Kempens museum

(Gerardus) van Cuick St Antoni +- 1800 Kempens museum

Gerardus-van-Cuijck-1731-1809-

Gerardus-van-Cuijck-1731-1809-

 

 

 

 

 

 

 

Jean Wilmar, de wonderlijke klokkenmaker van Klimmen

Ze moet elke dag opgewonden worden!

Door Toon Michiels, Vierlingsbeek 13 maart 2014

Jean Wilmar

Dat Haverkort in een artikel een klok van Jean Wilmar uit Klimmen als vrouwelijk omschrijft past bij de liefde die Jean Wilmar  (1919-1997) voor zijn klokken heeft gehad.

Verliefd op klokken en techniek, dat moet Jean Wilmar zijn geweest, een andere omschrijving kan ik er niet aan geven. Hij is geboren in Klimmen op 28 april 1919  in het sterrenbeeld stier.  In de astrologie gekenmerkt als een persoon vol met daadkracht  en vastberadenheid.  Vastberaden is een verliefde stier ongetwijfeld, hij komt langzaam op gang maar dan is hij niet meer te houden, en als je het artikel over Wilmar leest kun je daar niet om heen. Wilmar heeft ook een periode gekend dat het persoonlijk wat minder met hem verging, misschien was daar een andere liefde de oorzaak van!  Doch de verliefdheid voor klokken bleef. Dat iemand die verliefd is, tot meer in staat is blijkt uit onderstaand artikel uit Chronos van 25 september 1954. Inmiddels staan alle klokken van Jean Wilmar opgeslagen in het streekmuseum ” De Locht” in Melderslo. Hoe ze daar terecht zijn gekomen is een ander verhaal, maar daarover binnenkort meer op deze site. In ieder geval ben ik nu ook verliefd op deze wel heel bijzondere, klokken. Als er mensen zijn die Jean Wilmar ooit hebben ontmoet, hoor ik het graag, ook ben ik nog op zoek naar foto’s en kranten artikelen.

Onderstaande tekst vindt je uitgetypt onderaan deze afbeeldingen uit Chronos.

Uitgetypte tekst van bovenstaand artikel uit Chronos van 25 september 1954.

Jean Wilmar  de WONDERLIJKE  KLOKKENMAKER van Klimmen

Door E.J.A. Haverkort

Midden in ’t schitterende landschap van Zuid Limburg, even voorbij ’t plaatsje Valkenburg, ligt ’t stationnetje van Klimmen, weggedoken in een dal tussen de heuvelachtige omgeving. Van hieruit gaan we te voet een vrij stijl pad omhoog, dat ons bij enkele huizen en boerderijen brengt, in een waarvan de heer Wilmar woont. Een klop op de deur en enkele ogenblikken later staan we tegenover Jean Wilmar, een eenvoudige man van ongeveer 30 jaar: iemand, die met hart en ziel verwant is aan de uurwerkmakerij, maar vooral aan de door hem zelf geconstrueerde en gemaakte klokken. Onmiddellijk gaat deze rustige denker ons voor naar de kamer, waar alle door hem zelf vervaardigde klokken een plaats hebben gekregen. Dan, terwijl we eens om ons heen kijken, vallen alle te voren gemaakte voorstellingen weg, want wat we hier zien is mooier, grootser en genialer dan we ooit hadden kunnen denken en verwachten. Nog niet half van onze verbazing en bewondering bekomen begint Jean Wilmar ons al te vertellen van zijn klokken.

Jaarpendule.

’t Eerste, waarop we onze aandacht richten is een geheel zelf gemaakte jaarpendule. Deze pendule loopt 400 dagen, doch door middel van twee grote gewichten in plaats van een veer en vanzelfsprekend een opwinding. De kast, uurwerk, gewichten, kortom alles is met de hand gemaakt en geschapen. Doch, wat we hier zien is slecht een eenvoudig stuk vergeleken met alles wat we nog te zien krijgen.

Kogelklok.

Daar staat o.a. een kogelklok;  de aandrijving van ’t uurwerk geschiedt hierbij geheel  door stalen kogels. Boven de eigenlijke klok bevindt zich een kegelvormige kap, waarin langs de buitenkant een spiraalvormige gleuf is uitgesneden; in deze gleuf bevinden zich de kogels. Achter de kap is een groot rad gemonteerd, die aan de buitenkant voorzien is van door pennen verdeelde vakjes. De kogels vallen vanuit de spiraal der kap in de vakjes van ’t rad, dat op zijn beurt door de zwaarte der kogels gaat draaien. ’t Draaiende kogelrad is gemonteerd op ’t uurwerk en brengt dit dus in beweging. Telkens als er een vakje met kogel aan de onderkant komt valt de kogel in een bakje; dit bakje wordt, wanneer ze vol is, weer geleegd boven in de kap der klok. De klok loopt 10 dagen op 60 kogels, dus 4 uur op elke kogel.

Apostelklok.

Na dit prachtstuk nog eens aan alle kanten te hebben bewonderd, komt een Apostelklok aan de beurt, welke wordt voortbewogen door drie gewichten. Bij ’t aanbreken van ieder vol uur gaat naar gelang ’t aantal uren, (deze worden aangegeven door een bim- bam- slag) elk uur een deurtje open, waaruit een Apostelfiguurtje te voorschijn komt. Om 12 uur komen das achtereenvolgens de 12 Apostelen te voorschijn. Zijn alle Apostelen zichtbaar, dan weerklinkt driemaal ’t gerinkel van een altaarschel, en boven een van koper vervaardigde miskelk, die zich boven de wijzerplaat bevindt, rijst statig een kleine hostie omhoog. Deze verdwijnt ook weer direct,waarna alle deurtjes zich tegelijk achter de Apostelen sluiten. Deze klok, waaraan 6 ⅟₂ maand is gewerkt, is technisch waarlijk een groots stuk uurwerkmakers kunst. Vooral ook, omdat bij willekeurig voor- of achteruit zetten der wijzers ’t uurwerk noch  ’t ingewikkelde mechanisme van slag raakt. Dit prachtige kunstwerk geeft tevens uiting aan ’t geestelijke element, dat, ondanks ’t grote technische vermogen, een zeer belangrijke rol speelt in ’t leven van Jean Wilmar.

Klok met wereldbol.

Daar, vlak naast ’t raam staan we nu te kijken naar een hoge staande klok. Deze herbergt een schitterend uurwerk met geheel automatisch kalendermechanisme. De klok geeft behalve de datum en de maand bovendien ’t jaar aan. Ze is zo ingericht, dat elke maand automatisch zijn 30 of 31 dagen telt; zelfs Februari wordt aangegeven met 28 of 29 dagen, al naar gelang er een schrikkeljaar komt. De jaarteller is zo gemaakt, dat precies op ’t eind van ’t jaar ’t gewenste aantal cijfers verspringt tot het jaar 10.000. Zelfs dan kan door een kleine wijziging het mechanisme weer verder tellen. Ook deze jaarteller is vol- automatisch. Boven in de prachtig uitgewerkte, van koper vervaardigde wijzerplaat ziet men een wereldbol. Overdag staat de zon op de juiste plaats hierboven en ’s nachts is de maan te zien met er boven de sterrenhemel. Welk een vernuft komt er kijken bij de vervaardiging van een dergelijk uurwerk. Hiervoor moet men wel een technicus en denker zijn van groot formaat, vooral als men verder kijkend een grote staande klok ziet met een blank eiken kast. Deze kast is een voortreffelijk staal van meubelmakers kunst; ze is geheel gebeeldhouwd en bewerkt tot in de kleinste bijzonderheden. Nog meer dan de voorgaande  getuigt deze klok  wel van de vindingrijkheid en grote kennis van de constructeur en maker. We zien voor ons een zeer grote wijzerplaat, voorzien van 12 kleine wijzerplaatjes. Op de grote wijzerplaat kunnen de uren, minuten en seconden afgelezen worden. Doch tevens op de kleine plaatjes de dag der week, de datum, de maand,  de jaargetijden en de getijden van hoog water in Vlissingen. Zonsopgang en zonsondergang is met uur en minutenwijzing aangegeven. De maanstand is vanzelfsprekend te zien met ’t aantal dagen, die na nieuwe maan verlopen en dat iedere maand telt. Op 24 verschillende plaatsen van onze aardbol is voorts nog de juiste tijd af te lezen ten opzichte van onze tijd, terwijl ’t seizoen geheel automatisch wordt overgeschakeld op de 21e van de betreffende maand. De zonsopgang en ondergang regelt zich automatisch met ’t kalenderwerk, terwijl de even en oneven maanden en schrikkeljaren daarmee ook weer volautomatisch in verbinding staan. Dit meesterstuk, waaraan de maker ongeveer 3500 urenheeft gewerkt, loopt ongeveer 14 dagen door middel van 1 opwinding en twee gewichten.

Selfmade man.

Bij  ’t zien van dit zeer grootse werk staan we perplex en vragen ons af, waar Jean Wilmar wel gestudeerd zal hebben. En dan horen we, dat de technicus uitsluiten lagere school heeft doorlopen. Vanaf zij veertiende jaar zit hij in ’t uurwerkmakers vak en nu nog voorziet hij in zijn onderhoud door reparaties aan uurwerken van de dorpelingen. In de rustige omgeving van zijn woonplaats zijn de eerste eenvoudige zelfgemaakte klokken ontstaan, die allengs veranderden in de grootste en ingewikkeldste uurwerken. Met zijn lagere schoolkennis cijferde en berekende Jean Wilmar dagen, maanden en misschien jaren en zoals de aanhouder wint, won ook deze grootmeester en voltooide zijn meesterstukken. In zijn klokken zijn tientallen zelf uitgevonden geniale constructies toegepast, waarvan Jean Wilmar de patenten eens hoopt te verkopen aan uurwerkfabrieken. De werkstukken verkoopt hij nooit; ’t zijn volgens Wilmars woorden: Levenswerken, die ik steeds bij me wil hebben en nooit weg zal kunnen doen. In ’t atelier van Jean Wilmar vindt men, hoe wonderbaarlijk ’t moge klinken, geen draaibank of freesbank. Alles wordt door hem zelf geheel met de hand gemaakt. De kasten, ’t schitterende smeed- en figuurzaagwerk der wijzerplaten, alle raderen en rondsels, lichters en overbrengers, ja zelfs de wijzers, gewichten en kettingen worden geheel met de hand gemaakt en bewerkt. De grote klokkenmaker toonde ons een paar rondsels, die hij juist had gemaakt ter vervanging van enkele oudere lantaarnrondsels in een zijner klokken. Zelf vakman, zag ik een volmaakt zuiver rondsel, waarvan de tanden precies strak en recht en even hoog en diep waren gevijld. ’t Is reeds een meesterstukje op zich om een rondsel geheel met de vijl zo volmaakt strak en symmetrisch te scheppen. Aan een dergelijk massief rondsel wordt ongeveer twee uur gewerkt; welhaast durf ik te beweren, dat de gemiddelde uurwerkmaker dit stukje werk nog niet in een halve dag klaarspeelt.  Dan wordt ons ’t laatste werkstuk getoond, dat door deze geniale denker is ontworpen en gemaakt.

Een Apostelklok met kalenderwerk.

Deze geeft weer geheel automatisch door middel van een zelf uitgevonden systeem de gehele kalender aan en tevens de maanstand en jaargetijden. Als ’t volle uur aangebroken is brengt een engelenfiguurtje, dat is aangebracht op de spits der klok, een klaroen aan de mond. Dit blaast driemaal achter elkaar op de klaroen, terwijl tegelijkertijd de vleugels bewegen, als aanduiding van ’t komende nieuwe uur. Dan gaan in ’t onderste deel der klok twee grote deuren open. Een zon begint te schitteren en wolkenvelden drijven er voorlangs. Een carillon speelt tegelijkertijd een der drie op een cylinder aangebrachte liederen, waarvoor de klokjes door de maker zelf op toonhoogte zijn geslepen. De draaiende cylinder, die dus de hamers voor de bespeling der klokjes in beweging brengt, is ook geheel met de hand vervaardigd. Door de geopende deuren kijkend zien we een der twaalf Apostelen te voorschijn komen. Deze keert zich om naar een Maria- kapelletje, waarboven een Christus- figuur op troon is aangebracht. Nadat Christus met de hand een kruisteken heeft gemaakt, schuift de Apostel weer verder, om plaats te maken voor de volgende, totdat alle twaalf Apostelen deze beweging hebben gemaakt. Wanneer de laatste toon van ’t fijne carillon weggesmolten is dooft het licht in de zon, de wolken gaan stilstaan en de deuren klappen weer statig dicht. Hierna geeft een grote bel met zware slagen de uren aan.

Dit laatste schitterende uurwerk bestaat uit drie mechanieken, die trapsgewijze boven elkaar zijn gebouwd. Onder: het mechanisme van Apostelen, zon en wolken; in het midden is het uurwerk met kalender gebouwd en bovenin de tien klokjes van het carillon en grote bel van het slagwerk, die ook met de hand is gehamerd.

Wat een geduld, denken en berekenen zijn nodig geweest om dit stuk, dat, ook wat uiterlijke vormen aangaat, ver boven alle voorgaande werken uitsteekt, zo te construeren en te bouwen, dat alle onderdelen volautomatisch op elkaar zijn afgestemd. Ook, en ik mag wel zeggen zelfs bij dit uurwerk kan men de wijzers willekeurig voor- en achteruit bewegen zonder dat ’t slagwerk of ander mechanisme gestoord wordt. Dit schitterende en onovertroffen stuk meubelmakers- en uurwerkmakers kunst wordt voortbewogen door vier veren; ze moet elke dag opgewonden worden en heeft de maker 17 maanden ingespannen arbeid gekost. Na nog even geluisterd te hebben naar deze geniale denker, die met zoveel liefde spreekt over ons vak en zijn klokken, namen we afscheid, de heer Wilmar en zijn moeder hartelijk dankend voor de gulle, gastvrije ontvangst, die ons ten deel is gevallen. Buiten gekomen en weer uikijkend in de stilte naar de prachtige golvende omgeving, denken we nog even na over deze wonderlijke technicus, die met geduld en aangeboren technisch vermogen zoveel moois en groots heeft weten te scheppen.


 

De klokkenbouwers van Oirsbeek.

Door Toon Michiels, Vierlingsbeek 25 maart 2013

Wiel Douven en Jo Pelzer

Met enige regelmaat speur ik net als vele  klokken verzamelaars marktplaats af naar bijzondere klokken. Een advertentie van een groot uurwerk trok mijn aandacht, de verkoop tekst weet ik inmiddels niet meer,  het is dan ook al bijna drie jaar geleden. Na een bedrag geboden te hebben werd uiteindelijk het verschil met de vraagprijs gedeeld.  Mooi, nu nog ophalen, bij  de verkoper in Venray die voor mij onbekend was. Bij het zien van al zijn uurwerken, onderdelen en gereedschap , dacht ik dat is iemand voor onze club. Na de persoon in kwestie de spelregels te hebben uitgelegd, zou hij er over denken. Het uurwerk stond op een uurwerk bok, en mijn eerste vraag was, wie heeft het gemaakt!  Iemand uit Limburg, gaf hij als antwoord, maar ik heb het via de zoon van een overleden klokkenmaker gekocht. Nadat ik thuis het uurwerk uitvoerig had bekeken, wilde ik er toch meer van weten, en belde de verkoper op met de vraag of hij contact met de zoon op kon nemen, om meer gegevens te krijgen over het uurwerk en de maker. Binnen een paar weken kreeg ik het volgende bericht:  *Het  uurwerk is van  A.H.P. v.d. B. uit  Oirsbeek, bij het bericht zaten ook enkele foto’s van deze maker. Door mijn vroegere schaats-handel en hobby’s had ik  in heel Nederland vele contacten, en ook een uit Oirsbeek. Deze schaats enthousiast  was bereid naar familie van deze  persoon te zoeken.

Wiel Douven

Na een kleine week belde hij mij heel enthousiast op dat hij de familie gevonden en gesproken had. Hij gaf mij een telefoon nummer door dat ik kon bellen. Na een paar weken belde ik op, en ja hoor ik was op het juiste adres. Mevrouw v.d. B. vertelde dat haar man was overleden en inderdaad klokken als hobby had gehad. In een kort gesprek over haar man, vertelde ze dat hij veel samen met Jo Pelzer uit Oirsbeek gewerkt had. Ze gaf mij het nummer door van  mevrouw Pelzer uit  Oirsbeek, want die weet er veel meer van, verteld ze. Dus mevr. Pelzer gebeld en die vertelde honderduit over de klokken die haar man had gebouwd. Ook kreeg ik van  haar  het telefoon nummer van Wiel Douven uit Urmond want dat was volgens haar het grote brein achter de klokkenmakers van Oirsbeek. Op de vraag of ik een keer langs kon komen vertelde ze, maak maar eerst met Wiel Douven een afspraak en dan kom je samen met Wiel maar langs, de koffie staat dan klaar.

Toen ik het uurwerk van A. v. d. B. op marktplaats zag, had ik al een vermoeden dat er meer was!  Want als je een 8-daags uurwerk kunt bouwen heb je wat in je mars. Daarom had ik mijn zoektocht ook doorgezet. En na het telefoontje met Mevr.Pelzer werd dat vermoeden al sterker. Maar wat ik aantrof bij Wiel Douven was boven verwachting, Een prachtige Limburgse staande klok, een Luikse meidenklok met wekker, alles zelfgemaakt. Daar bleef het niet bij, ook een torenuurwerk en ontelbare klokken die her en der tot in Amerika hun weg hadden gevonden. Alles zelfmade tot en met de glazen wijzerplaten, die schitterend gesigneerd waren.  Jammer dat ik niet eerder bij Wiel was geweest, toen hij nog in Oirsbeek woonde. Dan had ik nog meer kunnen zien, vertelde hij. Maar goed het komt zoals het komt. Na Wiel zijn  klokken te hebben gefotografeerd toog ik met Wiel, naar mevr. Pelzer in Oirsbeek. Zij ontving ons hartelijk met koffie en appelgebak, natuurlijk zelfgemaakt. In haar woning waar een niet te beschrijven sfeer hing, van zelfgemaakte kunst en klokken. En waar ik mij binnen drie minuten al thuis voelde alsof ik er dagelijks kwam. Waarbij ik natuurlijk alle door Jo, haar man, gemaakte klokken kon bekijken en fotograferen.

Het schilderwerk van de vrouw van Jo Pelzer.

Het bijzondere is ook, het schilderwerk op de diverse klokken, het is namelijk van de hand van Jo Pelzer zijn vrouw. En ondertussen praatte Wiel en mevrouw Pelzer over de tijd dat ze allebei nog klokken bouwden. En ook al was haar man te vroeg overleden, samen konden Wiel en zij ook nu nog  genieten van de gezellig tijd, toen ze samen nog klokken bouwden. Samen!  Maar ja,  sinds Jo overleden is, en Wiel zijn gezondheid het niet meer toelaat komt Wiel ook niet meer aan klokken bouwen toe. Zijn gereedschap enz. staat opgeslagen bij zijn kinderen , en in zijn omgeving vind je natuurlijk ook geen mensen meer die dezelfde hobby uit oefenen. Tja en dan is er geen lol meer aan. Het kwam hem wel gelegen dat ik hem een bezoekje bracht, zodat hij weer eens over klokken kon praten. Wiel en Jo waren in contact gekomen via het vliegeren, wat ze allebei samen op het strand met de kinderen deden als hobby. Ook hebben ze samen het torenuurwerk van de kerk in Oirsbeek gerestaureerd. Dit stamt uit 1921 en is van Eijsbouts uit Asten. Het uurwerk is te bezichtigen in de kerk van Oirsbeek, het staat achter in de kerk. Dat dit uurwerk er nog is, is aan Jo Pelzer te danken, want bij het ombouwen van het uurwerk naar een elektrisch bediend uurwerk vond Jo de verwijderde onderdelen bij het sloopafval. Hij heeft deze steeds bewaard, en een tiental jaren later toen het uurwerk geheel is vervangen redde hij dat ook van de sloop.

Kleindochter op Wiel zijn zelfgebouwde tractor.

Dat Wiel Douven erg handig is blijkt ook uit de auto en tractor die hij gebouwd heeft en waar de kleinkinderen met plezier mee rijden. Het draaibankje van Jo Pelzer en een door Wiel gebouwde tandwiel freesmachine gingen via de zoon van dhr. v.d.B. ook naar ons inmiddels nieuwe clublid. Het uurwerk dat ik nu bezit is voor negentig procent van de hand van Jo Pelzer. Na het overlijden kwam het in bezit van dhr.v.d.B., die er niet meer aan toe kwam om het af te maken. Naast deze klokkenbouwers hebben er in Oirsbeek nog meer klokkenbouwers gewoond.

Want in de ”tijd” van de Bokkenrijders waren er ook al klokkenmakers in Oirsbeek. Bekend is dat Johan Werner Kleinjans, 1752-1812 geboren te Doenrade op 2 december 1752, en zijn zoon  Joannes Arnoldus Kleinjans, geboren te Oirsbeek op 29 oktober 1795 hier als klokkenmaker hebben gewoond. Het is ook wel logisch aangezien tussen Oirsbeek en Doenrade een kasteel staat. En daar in de buurt woonde meestal de ijzerbewerkers als smeden en slotenmakers, die ook klokken bouwden. In het boek ”Limburgse klokken en hun makers” van Dr. P. Th.  Mestrom staan nog meer gegevens over  de klokken die ze bouwden en over andere Limburgse klokkenbouwers.

Wiel bij het torenuurwerk dat hij samen met Jo Pelzer heeft gerestaureerd.

Nummer plaatje

Het nagebouwde toren uurwerk.

Stoelklok van Jo Pelzer.

Van de zijkant gezien.

Comtoise van Jo Pelzer, niet van een oude te onderscheiden!

Schitterend gemaakt.

Het loopwerk

Wiel in zijn zelfgebouwde auto.

Wil Douven Oirsbeek.

Staande klok van Wiel Douven

Detail wijzerplaat

De wijzerplaat

Detail uurwerk Jo Pelzer.

Klok van  Jo Pelzer met de kerk van Oirsbeek als beschildering.

Luikse wekker klok, Jo Pelzer

Luikse wekkerklok Wiel Douven.

Tand”wiel”freesmachine!

Freesmachine met verdeelschijf.

                                                Vragen ?  Mail naar info@maakeenstijd.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Theo Toonen, Sambeek.

Een dag niet gedraaid, is een dag niet geleefd.

(Door Toon Michiels, Vierlingsbeek 27 september 2013)

Deze  lijfspreuk van Theo Toonen, is hem op het lijf geschreven.  Als L.t.s. kwam Theo zoals velen in de regio bij Stork Boxmeer terecht.  L.t.s,ers  die bij Stork begonnen kregen daar  een  vakopleiding, van twee jaar. En als je dan slaagde kreeg je  het Bemetel diploma uitgereikt.  Tijdens deze opleiding doorliep je iedere afdeling bij Stork, vier weken plaatwerkerij, en dan weer vier weken draaierij, kantoor afdelingen, overal kwam je vier weken te werken. Het rouleer systeem gaf je, en de werkgever de kans te ontdekken wat voor jou was weggelegd. Theo echter kwam in de draaierij terecht en was er niet meer uit te krijgen, hij bleef tot zijn Vut in de draaierij betrokken. Theo is in Wûnseradiel (Friesland) geboren in 1945, maar in hetzelfde jaar naar St.Antonis verhuisd.

Jaarklok, wat een gewicht.

Een andere hobby was vissen, en dat zie ook terug op de wijzerplaat van de staande jaarklok die Theo heeft gebouwd. Dat Theo klokken ging bouwen kwam door Toon Derks uit St.Anthonis. Die samen met Theo eens bij * Piet Jansen in Boxmeer  is gaan kijken, nadat Theo eens wat voor Toon had gedraaid. Van Piet Jansen heb ik veel over klokken bouwen geleerd vertelde Theo, ik kreeg van hem moduul frezen en berekeningen.

En Samen met Toon Derks, die bijna iedere dag in de leer was bij Piet Jansen, bouwde ze twee staande jaarklokken. Toon deed het houtwerk en Theo het technische gedeelte, de berekeningen kwamen van Piet Jansen. Daarna bouwden ze  samen nog twee Staartklokken. Later bouwde Theo een ** ”Grasshopper Skeleton Clock”  het is een klok met een sprinkhaan echappement, uitgevonden in 1722 door John Harrison.

Grasshopper echappement.

Deze klok is werkelijk perfect gebouwd door Theo, die ook nog samen met dhr. de Haan uit Puttershoek geëxperimenteerd heeft met een elektrisch aan- gedreven uurwerk. Theo is bij Stork Boxmeer door ondermeer mijn vader opgeleid voor draaier. En heeft aan dezelfde draaibanken gewerkt als mijn vader. Een van die draaibanken een VDF met 37 handels staat nu in Beugen bij een particulier. Zelf kende ik Theo al vanaf de LTS, maar dat zijn moeder evenals mijn moeder in  Frassel in Duitsland was geboren wist ik niet. Ook Theo zijn vrouw is vele uren creatief bezig met het maken van wens- geboorte en jubileumkaarten . Eigenlijk hebben ze geen tijd aanduiding nodig  omdat er weinig tijd over is in huize Toonen. Hieronder vele foto’s van o.a.Theo zijn klokken.

Uurwerk Jaarklok.

 

Wijzerplaat jaarklok

Dubbele signatuur, die van de maker en kastbouwer.

De Staartklok.

Uurwerk staartklok

De mooie Sambeekse wijzerplaat.

Uurwerk staartklok van de voorzijde.

Experiment.

Experiment.

Skeletklok

Skeletklok


Theo in de werkplaats.

Boren.


Tandwiel frezen.

En natuurlijk draaien.

Draaien op een instrumenten draaibankje.

Geboortehuis in Wûnseradiel.

 

 

 

Wim Meijer, Venraij

’ Een klok is een sieraad met functie’  

Uit  ”Peel en Maas”  van 10 maart 2011 

Zijn hele huis staat vol klokken. De van oorsprong Amsterdammer Wim Meijer (72) maakt deze klokken zelf. Maar niet alleen de klokken, ook alle onderdelen vervaardigt hij zelf. Hij heeft zich, naast reparaties aan klokken, toegelegd op het bouwen van replica’s van 18e eeuwse klokken.

Ruim veertig jaar geleden verhuisde Wim Meijer van onze hoofdstad naar Venray. Ik werkte in Amsterdam in een klokkenzaak. We repareerden allerlei soorten klokken. Vaak waren het antieke uurwerken, en de onderdelen daarvan waren niet meer verkrijgbaar. Daarom maakten we de onderdelen helemaal zelf. Het was de tijd van de huizennood en mijn vrouw en ik woonden in bij onze ouders. Ik wilde graag een huisje voor ons zelf. Ik heb op verschillende plekken in het land gesolliciteerd en werd uiteindelijk bij Inalfa in Venray aangenomen. Ik ging aan de slag als gereedschapmaker. Toch bleven klokken altijd fascinerend. Daarom ben ik doorgegaan met het repareren, maar ook het zelf maken van klokken.’”

Wim Meijer haalt zijn kennis over klokken maken onder meer uit oude boeken.  Als ik iets bijzonders zie, dan maak ik een foto of aantekening. Boven in ons huis heb ik een kleine werkkamer met werkbank. Ik heb flink geïnvesteerd in alle gereedschappen en benodigdheden voor het klokken maken. Ik heb klanten uit heel het land. Onlangs heeft er een artikel over mij in de Telegraaf gestaan en was ik te gast bij TV Limburg. Daardoor heb ik nog meer klandizie gekregen. De klokken die ik maak, hebben veel complicaties. Je ziet de datum, het jaartal, de dag, de maand, de week. Zo uitgebreid zie je klokken niet vaak. Het maken van een klok is echt handwerk. Je moet precies uitrekenen hoeveel tandjes een tandwieltje mag krijgen. En boutjes die ze enkele honderden jaren geleden gebruiken, maken ze nu niet meer. Dus ook die maak ik zelf.’”

KLEEDJES

Het huis van Wim Meijer en zijn vrouw is inmiddels uitgegroeid tot een klein klokkenmuseum. We hebben zeventien klokken in huis. De grootste is 2,5 meter hoog, de kleinste 3 bij 3 centimeter. Ik heb zeven klokken die slaan, twee daarvan staan in de huiskamer. De rest heb ik  onklaar gemaakt, want anders kan ik het nieuws niet volgen. Mijn vrouw wil dat alle klokken blijven staan, ik mag er niks van verkopen. Ze helpt ook mee aan mijn hobby. Sommige oude klokken hadden vroeger op maat geborduurde kleedjes. Die maakt mijn vrouw. De maten zijn ook nog ouderwets, in el of voet uitgedrukt.

Wim Meijer heeft uitgerekend dat hij jaarlijks één tot anderhalve klok maakt. Ik heb in ruim veertig jaar tijd al 45 klokken gebouwd. Het meeste van de tijd ben ik bezig met reparaties. Ik vind het ook een uitdaging om klokjes die door anderen niet gerepareerd kunnen worden, te repareren. Zo krijg ik bijvoorbeeld klokken uit erfenissen, die al heel lang niet meer gelopen hebben en die ik dan een nieuw leven geef. Ik laat de klok altijd drie, vier dagen thuis hangen, zodat ik zeker weet dat hij het doet.’”

SCHILDERIJEN

De klokkenmaker uit Amsterdam vergelijkt klokken met schilderijen. Naar een schilderij kijk je jaren. Dat heb je bij een klok ook. Het is een sieraad om naar te kijken. Maar daarnaast heeft het ook een functie, want je kunt er de tijd op zien. Ik exposeer af en toe in Streekmuseum De  Locht in Melderslo. Ik neem dan meestal twee identieke uurwerken mee. Kinderen en volwassenen mogen dan één van de twee klokken uit elkaar halen, om de techniek erachter te zien.”

Hieronder nog een film over Wim Meijer:

Klokkenmaker (72) wil nog lang niet stoppen

VENRAY – Wim Meijer uit Venray is al veertig jaar klokkenmaker. Z’n hele huis hangt vol met zelfgemaakte uurwerken. Meijer is inmiddels 72, maar hij is van plan om nog jaren door te gaan. Zelfs als hij in een rolstoel zou belanden.

 

Martien van Doorne, Deurne

Door Toon Michiels, Vierlingsbeek 26 september 2012

Jules de Corte !

Bij het kopen van een nieuwe spijkerbroek in ”De Spiekerbox” te Boxmeer raakte ik bij het betalen in gesprek met de verkoper.

Het gesprek ging over schaatsen, wat deze verkoper deze winter wou proberen. Na hem enkele tips te hebben gegeven over de aanschaf van schaatsen, gaf ik hem een kaartje van de site, ”maak eens tijd”.  Zodat hij mij altijd kon benaderen voor als hij nog vragen hierover zou hebben. Ik vertelde hem dat ik ook nog een andere hobby had, namelijk oude klokken en uurwerken. O, dat heeft mijn vader ook , die bouwde zelf  klokken. Aan de prijs van de broeken dacht ik niet meer, want ik had al prijs. Klokken bouwers zijn interessante mensen, en op de vraag of ik zijn vader kon bezoeken, gaf hij mij het telefoon nummer met de mededeling, wacht nog een paar weken zodat ik mijn vader eerst kan inlichten want hij is al bijna tachtig.

Een paar weken later  maakte ik een afspraak met de vader van de verkoper: dhr. Martien van Doorne uit Deurne. Nadat hij de voordeur had opengedaan zag ik een stevige man in spijkerbroek staan en diverse klokken in de hal. In de woonkamer vielen behalve de klokken de andere mooie antieke snuisterijen direct op,niet van dat strakke abstracte  Jan des Bouvrie  design, doch een mooie verzameling van uiteenlopende zaken, echter wel een klokken liefhebber pur sang.

 

Onder het genot van een paar bakjes koffie bleek al gauw dat Martien veel overeenkomsten had met mijn vader,  en niet alleen op klokkengebied. Martien (zoals ik hem nu kon aanspreken ) had ook  veel contact met Jules de Corte gehad, en evenals mijn vader voor Jules gewerkt. Jules de Corte was namelijk ook een groot verzamelaar van klokken. Hij vertelde nog een aardige anekdote hierover. Bij het afleveren van een door Jules gekochte klok, vroeg Martien aan Jules waar moet ik hem ophangen? Kom maar mee, zei Jules en liep naar boven. Hij opende de deur van een vertrek, liepen samen naar binnen en maakten de deur achter hen dicht. En daar stonden wij, met de klok in het pikkedonker , daar moet hij hangen zei Jules. Maar we zagen natuurlijk niets, op hetzelfde moment riep Thea, Jules zijn vrouw, Jules maak het licht aan, ze had dat natuurlijk dikwijls meegemaakt.

Nog zo een verhaal over Jules de Corte maar dan bij ons thuis: Jules en zijn vrouw Thea kwamen bij mijn vader een klok brengen en ze zaten met z’n vieren aan tafel wat te praten onder het genot van natuurlijk een ”bakske”  koffie, toen mijn moeder opeens tegen Jules zei, Ik zal die bloemvaas maar es wegzetten, want het praat niet lekker als ge elkaar niet ziet. Op het zelfde moment had ze door dat ze dat tegen Jules zei, en kleurde tomaat rood wat Jules gelukkig niet zag.

Net zoals bij mijn vader, hingen of lagen bij Martien overal dingen , wat het huis, tuin, en
schuurtje tot een groot  drieluik maakten. Via de tuin waar de kippen in de ”voorraad- ren”  zich niet aan ons stoorden,  gingen we nu naar het schuurtje. Schuurtjes zijn vaak een creatief zelfportret. En bij binnenkomst viel mijn oog direct op een hakblok waar de veren van de laatst geslachtte  hen of  haan nog vastgeklemd zaten in de snede,  die de slag met de nog bebloedde  ”hieep”  had achtergelaten. Als ik ze slacht doe ik het zo humaan mogelijk, vertelde Martien. Het was net of ik bij mijn vader in het schuurtje stond, zoveel gelijkenissen als er waren. Alles werd bewaard, van dynamo’s , spijkers en onderdelen van uiteenlopende aard. Hier kon je zien waar Martien zoal mee bezig is geweest en wat zijn inspiraties en interesses waren. Het draaibankje, boormachines enz. binnen handbereik van de draaicirkel van zijn  zelf geconstrueerde hoek draaistoel.

En dan zijn klokken. Buiten een mooie verzameling antieke klokken van diverse stijlen heeft Martien ook klokken zelf gebouwd. Met de hand, dat wil zeggen op wat draaiwerk na.  Alles, ook de tandwielen,  rondsels en versieringen  uitgezaagd met de figuurzaag.  Een staartklok met scheepjes mechaniek die op een haar* na gereed is, en ook een in aanbouw zijnd uurwerk met als mechaniek en  beschildering:  het ” Salomons”  oordeel.

De beschildering van de wijzerplaat is al uitgetekend op karton, en het mechaniek al bijna gereed. Maar het uurwerk is nog in de begin fase. Maar of Martien deze klokken nog ooit afmaakt is onzeker, inmiddels heeft de natuur zijn belangstelling gekregen en bouwt hij nestkasten voor o.a. gierzwaluwen en uilen en deze hangen door heel Deurne. De voorliefde voor klokken kreeg Martien al als kleine jongen. Iemand vertelde hem dat als hij naar wijzers van de kerkklok bleef kijken hij kon zien dat deze vooruit gingen, per minuut.

Zijn memoires hoeft hij niet op te schrijven, alleen maar te fotograferen.

*Op een haar na gereed betekent voor klokkenbouwers: meerdere dagen werk.

Jules de Corte

 

Astronomische uurwerken, Frans Arts Gemert

“Pillars of Creation”

Door Toon Michiels, 8-12-2012  ( foto’s Frans Arts.)

Iemand van onze club vertelde mij over Frans Arts uit  Gemert, want die man  bouwde zulke mooie klokken.  Enkele weken later belde ik Frans op, het gesprek kwam vlot op gang, uit dit gesprek kwam na voren dat ik Frans zijn eerste klok, op de tentoonstelling van het eerste lustrum van de Bossche klokkengroep in ’84 had gefotografeerd.

Het uurwerk met vele functies

Er werd mij toen verteld dat deze klok door een werkloze metselaar  met de hand was gemaakt. Deze klok viel op tussen de andere klokken, wat voor het merendeel imitaties  waren, door de vormgeving en zijn lange slinger. De beschrijving van de maker strookte met wat ik zag. Deze bouwer had de slingerlengte niet berekend en was gewoon een klok gaan bouwen. En om deze op tijd te kunnen laten lopen kwam hij uit bij deze slingerlengte. Na een afspraak gemaakt te hebben toog ik naar Gemert. Bij binnenkomst  vielen de vele  ”kunstwerken”  op, de hal hing er vol mee maar ook de zitkamer.Daartussen hingen ook een vijftal klokken, links voor mij hing een klok.  Frans zag dat ik er naar keek, en zei, dat is de laatste die ik gebouwd heb, een waagklok, van fitting materiaal.  En dat is de klok die jij 28 jaar geleden gezien hebt, zei Frans, en wees schuin achter mij. Na die klok uitvoerig bekeken te hebben, liet Frans mij de andere klokken zien. Bijzonder was de klok, gemaakt van Puch bromfietsonderdelen. Ondertussen dwaalde mijn oog  steeds af naar een schilderij met een clown en een wijzerplaat. Ik bleef er aan denken, ook toen ik boven met Frans zijn meesterwerk, het ” Astrolabiumcalendarium ”  stond te bekijken.

”Astrolabiumkalendarium”

Hier had Frans vier jaar aan gewerkt, tachtig tandwielen met de hand gezaagd en gevijld totaal een vijfendertighonderd uur. Zelfs de naam is, als je er het woord klok erachter plaatst, zolang als het alfabet. De glans  van het koper is eraf, maar de bewondering ervoor, is met de dag groter. Achtentwintig functies heeft het uurwerk! En dat is het nog niet, want de vormgeving is geweldig, en de wonderlijke technische snufjes die erin verwerkt zijn ook. Maar boven, kwam ik die clown weer tegen, tussen zijn andere opvallende kunstwerken. Als we onder zijn moet ik toch eens vragen wat daar achter zit, dacht ik. Het kan niet zo zijn dat iemand klokken bouwt waarmee hij  jaren vooruit in de tijd kan kijken en op zijn kunstwerken niet. Maar we waren nog niet onder ! Frans liet mij de berekeningen van zijn Astrolabiumcalendarium zien, waarvan ik bijna duizelig werd. Het is alsof je met de snelheid van een komeet door de ruimte schiet! Frans praat over regels met series tandwielen, waarbij iedere regel weer een andere uurwerk voorstelt,  in nauw-keurigheid dan.  Zijn uurwerk moet dan ook over jaren nog de juiste tijden en standen weergeven. Alles zelf berekend en met de hand opgeschreven.

Na zijn werkplaats, zijn zelfgemaakte verdeel apparaten en de bijzondere draaibank gezien te hebben, gingen we weer naar binnen waar Frans zijn vrouw ons een tweede bakje koffie voorschotelde. Ondanks dat ik ook onder de indruk was van zijn unieke zelfgemaakte gereedschap, waarmee hij de laatste klokken bouwde, keek ik weer tegen die clown aan. Frans wat is de betekenis van dat kunstwerk, vroeg ik. Tja zei Frans, ik maakte een bijzondere  gebeurtenis mee op het moment dat ik met dat kunstwerk  bezig was, en daarom heb ik op dat moment de tijd stilgezet. De tijd stil zetten dat kan niet volgens de theorie van Einstein, maar wel op Frans zijn kunstwerk.

Clown ”Verleden en toekomst”

Als het maar geen ”ander ” is, vind ik het best  zei zijn vrouw meteen daarop!  Maar weet je,  ging Frans verder, de achtergrond van het schilderij is een stof die ik gescand heb en daar maak ik het kunstwerk op. Dan is het effect hetzelfde  alsof je op linnen werkt, maar nu met computer.  Meestal schilder ik het project op de achtergrond van een stof in een foto van de Hubble- ruimtetelescoop.  Dat Frans op gescand linnen werkt is geen toeval, gezien zijn eerste beroep. Een voordeel van computer kunst is, dat je geen kwasten schoon hoeft te maken, dat klopt zei Frans, en geen verf te kopen. Hierna liet Frans mij op de computer al zijn kunstwerken zien. Bijzonder is de afbeelding van de aartsengel Michaël in een nis van de Jenaplan  school in Gemert, welke school zijn vader als aannemer bouwde. Want het koperslagers vak beheerst Frans ook tot in de finesse, getuige het grote aantal potjes en ketels die in de huiskamer stonden.

Tot zover was ik gebleven met Frans zijn verhaal, toch ontbrak er iets aan het verhaal. Na enkele weken, waarbij ik bijna dagelijks  aan zijn kunst dacht, en hem nog diverse keren bezocht en gesproken had, gingen mijn gedachten op een avond weer naar Frans.  Het had de hele dag gesneeuwd, op zich schitterend, een nadeel was dat die avond de sterren niet te zien waren. Meestal als er pasgevallen sneeuw ligt is het daarna muistil, de sneeuw dempt alles,  behalve dan mijn gedachten. Denkend aan de sterren die niet te zien waren, schoot mij te binnen om eens naar de foto’s van de Hubble- ruimtetelescoop te gaan kijken. En ja, toen begreep ik zijn kunst, in samenhang met zijn klokken, tenminste dat denk ik!  Toen ik om half twee naar bed ging zag ik alweer enkele sterren flikkeren, in tijd ver weg.

”Pillars of creation”

 

De “Vingers” op de foto van de Hubble  ruimte-telescoop(rechts) bestaan uit waterstofwolken  en zijn de broedplaats van nieuwe sterren. Deze vingers worden ook wel de “Pillars of Creation” (“Pilaren der Schepping“) genoemd.

 

Frans zoekt het tegenwoordig dichter bij huis, hij fotograveert  de ondergaande zon op diverse plaatsen in de regio, met “zijn Puch” als vervoermiddel.  En volgens zijn vrouw, raakt Frans in paniek als zijn zondags pak gereed hangt!

Frans is geboren in ’42 te Gemert en heeft gewerkt als aandraaier, wever in een weverij,en daarna als metselaar.  (Zijn biografie kun je op de site www.fransarts.nl  bekijken, evenals zijn kunst en klokken.

Aartsengel Michaël in de nis.

Frans en zijn ”Astrolabium calendarium”

Astrolabium calendarium

 

Astrolabium calendarium

Detail wijzerplaat

 

Puch klok.

 

Puch klok

 

Een van de zelfgemaakte verdeelapparaten

Nog een !

Rinus van Kempen, Horst

:Rinus van Kempen bouwt klokken

Tekst uit artikel over Rinus in “Hallo Horst aan de Maas”

 22-12-2010 door: Redactie:

Horstenaar Rinus van Kempen heeft een passie: klokken maken. De klok die vorig jaar gereed kwam, een zogenaamde skeletklok, is het pronkstuk van zijn collectie.

Kort voor zijn pensionering in 1996 wist Van Kempen het zeker: klokken bouwen werd zijn nieuwe hobby. Van Kempen (73 jaar) was gereedschapsmaker van beroep en metaal bewerken vond hij prachtig om te doen: “Het mooiste dat er is: iets tastbaars maken van een stukje metaal.”

Marinus van Kempen bij zijn Torenuurwerk

Het maken van klokken kwam toevallig op zijn pad: “Vroeger had een onderhoudsmonteur bij ons op het werk zelf een Friese staartklok gebouwd. Dat klonk interessant en toen ben ik zelf gaan pionieren. Ik begon ook met een grote Friese staartklok. Dat ging me opmerkelijk goed af. Ik had er blijkbaar aanleg voor. Ik ben bij de Klokkenmakersclub in Eindhoven gegaan en leerde zo andere klokkenmakers kennen. Vanaf dat moment ben ik er echt fanatiek in geworden.”
Klokken maken is zeer arbeidsintensief werk. Van Kempen: “Het begint met bouwtekeningen zoeken. Je moet de bouwtekening achterhalen van de klok die jij wilt maken. Dat is niet zo gemakkelijk, want officiële klokkenmakers zoals de klokkengieterij Eijsbouts in Asten zijn erg terughoudend om tekeningen te laten zien. Daarna ga je de materialen verzamelen, die zijn soms erg kostbaar zodat je gaat zoeken naar voordelig maar kwalitatief goed spul. Met die materialen ga je alle onderdelen maken, een moeilijk en tijdrovend proces. Vaak bouw je een klok die andere, kleinere afmetingen heeft dan het origineel. Dan moet je secuur te werk gaan. Vervolgens komt het frame, de tandwielen, het aanbrengen van de onderdelen en dan voeg je alles samen. Dan nog eens alles bijstellen en bijsturen en tenslotte de afwerking en het polijsten. Ik heb nu vijf klokken gemaakt in zestien jaar. En ik ben er bijna dagelijks mee bezig.” Zijn vrouw Annie vult aan: “Dan is het elf uur ‘s avonds en valt hem iets in. Dan gaat hij gerust nog een uurtje werken.”

Rinus van Kempen haalt zijn kick uit meerdere momenten: “Soms zit ik uren na te denken over een oplossing. Die zal er hoe dan ook komen. En als ik het dan heb, ja, dat geeft een goed gevoel. Maar het allermooiste is het moment dat je de klok voor het eerst aanzet: dat is natuurlijk het moment waar je het allemaal voor doet. Als het dan goed werkt, dan ben ik wel een beetje trots, ja.”
De skeletklok, een klok die ‘doorzichtig’ is zodat je al het binnenwerk kunt zien, is het pronkstuk van de collectie. Van Kempen: “Ik had in Den Bosch een heel klein skeletklokje gezien. Samen met twee andere klokkenmakers was ik enthousiast. We besloten een doorzichtig kerktorenuurwerk te gaan maken. We zijn vervolgens op zoek gegaan naar tekeningen en kwamen bij de vooroorlogse kerkklok van de Horster Lambertuskerk uit. Onze klokken, we hebben er alle drie één gemaakt, zijn qua formaat exact de helft van de oorspronkelijke klok, die in de oorlog verwoest is. We hebben dus verschillende rekenmodules moeten gebruiken. Het heeft veel energie gekost, maar het resultaat is ernaar. Iedereen die hier komt, kijkt zijn ogen uit. Ik ben er nog niet in geslaagd de kerktoren te beklimmen, ik zou graag zien of er na de oorlog weer voor dezelfde soort klok is gekozen.”
De klokken, waaronder een prachtige Engelse wingklok, verdienen een breder publiek. Van Kempen: “Men heeft me al enkele keren gevraagd om te exposeren. Maar dat wil ik niet. Ik ben bang voor een te grote aanloop. Ik heb absoluut geen geheimen en soms vind ik het wel jammer dat bijna niemand dit ziet, maar het moet wel allemaal leuk blijven. Niet teveel drukte!” van Kempen heeft alweer een nieuw project in zijn hoofd: “Een draaiorgel maken, dat lijkt me prachtig. Hoe zo’n instrument werkt, dat is kunst. Dat is een enorme uitdaging. Maar ja, ik kan hier in huis geen hout bewerken. Daar heb ik nog geen oplossing voor. Dus ik ben nog zoekende. Nu hou ik me bezig met een hete luchtmotor, dat kost ook veel tijd.” Als zijn vrouw Annie dat hoort, sluit ze toepasselijk af: “Ja, klokken zat, maar geen tijd!”

 

Kalenderklok J.S.Edens Boxmeer

Kalenderklok

Kalenderklok

Door Toon Michiels, Vierlingsbeek 1 maart 2012

Jan Siemon Edens was de vader van Henk Edens die bij Stork werkte als bedrijfsleider. Van Henk Edens kreeg mijn vader deze kalender klok die ik later weer van mijn vader kreeg en die door J.S.Edens was gebouwd, aangedreven door een pendule uurwerk.

Jan Simon Edens (foto uit 1937)

J.S.Edens,geboren 1 september 1880 te Winschoten en overleden op 9 mei 1978 in Boxmeer  die ingenieur weg en waterbouw was bouwde deze klok zonder gespecialiseerd gereedschap, de klok geeft dag, datum en maand aan en vangt tevens de oneven maanden alsmede februari op, alleen om de 4 jaar behoefd hij bijgesteld te worden. Dit alles met een eenvoudige mechaniek dat zeer interessant is om te zien, de kast heeft geen visuele uitstraling maar dat was in de jaren 50 en 60 niet het belangrijkste.

( foto J.S.Edens is uit famillie bezit, die ook nog enkele klokken van dhr.Edens bezitten)

Zijn zoon Henk Edens heeft het klokkenmakers virus in mijn famillie gebracht, zie anekdote in onderstaand artikel.

J.C.Michiels 25 jaar bij Stork.  Uit: ”De Schakel” personeelsblad Stork Boxmeer.  ±  1973 (Geschreven door Toon Hermans St. Anthonis)

Jubilaris die bij de tijd is.

De heer J.C.Michiels was op 13 september 25 jaar bij Stork in dienst. Een kwart eeuw geleden begon hij ‘s- morgens om vijf uur in de draaierij, die ook toen al in ploegendienst werkte. Met het fietsje kwam hij uit St.Tunnis, en later uit Stevensbeek. Hij woont nu in Oploo, is getrouwd  want hij heeft acht kinderen. Toen hij bij Stork Boxmeer kwam werken, kwam hij van de Rijkswerkplaats in Nijmegen. Door zelfstudie heeft hij zich het vak eigen gemaakt. Tot 1964 was hij draaier, nu eens een paar jaar op een korte dan weer eens een tijdje op een lange draaibank. Vervolgens werd hij instrukteur;  hij leerde jonge Bemetellers het draaiersvak. In 1971 werd hij assistent produktieleider in de draaierij. Hij draait ook weer in de ploeg mee.

Jan Michiels, als draaier instructeur bij Stork.

De heer Michiels heeft een speciale hobby. Hij repareert oude klokken. Hij is daar nu zo’n goede anderhalf jaar mee bezig, maar het klokkenzaad is eigenlijk gezaaid door de heer Edens, die in de begintijd van Stork Boxmeer ’s- avonds tekenles gaf in de kantine. Hij was het die, pratend over amateurs en hobbyisten, vertelde over de oude heer Janssen in Boxmeer, die zonder opleiding klokken maakte die een jaar liepen zonder ooit opgewonden behoefden te worden. De heer Michiels is toen eens wezen kijken, maar had eigenlijk nooit tijd om zelf aan de slag te gaan, tot hij zo’n anderhalf jaar geleden voor iemand een tandwiel moest maken. Toen is hij er maar meteen mee doorgegaan.