De klokken van Arkansas

De klokken van Arkansas  Uit Chronos 1957  (Artikel aangevuld met foto’s)

(Een Amerikaanse Kamperui *)

Kamper_uien fotograaf Jan Lafeber

Kamper- uien* fotograaf Jan Lafeber

In een klein stadje in Arkansas werd op een dag de geldbuidel van de gemeente wat dun en de heren van de Raad verstuurden een circulaire aan de bewoners met de navolgende inhoud:

,, Ieder, die door de een of andere gedachte of een inval er toe kan bijdragen, de dunne geldbuidel der gemeente dikker te laten worden ,gelieve dit zo spoedig mogelijk mede te delen”. Onder de vele ideeën en voorstellen was er één, die zich snel liet verwezenlijken. De horlogemakers van de stad hadden zich aaneengesloten en stelden de gemeenteraad voor, dat zij een som geld ineens wilden schenken onder die voorwaarde, dat de stad het volgende besluit bekend zou maken:

,, Niemand mag een klok, die de juiste tijd aangeeft, in het openbaar vertonen, hetzij hij aan de horlogemakers jaarlijks een zeker bedrag betaalt, een soort pacht, hetzij hij zich een nieuwe klok aanschaft, uitsluitend en alleen voor eigen gebruik’’.

Dit voorstel werd direct aangenomen en de horlogemakers betaalden het voorgestelde bedrag aan de gemeenteraad. De volgende dag werd reeds een bezwaarschrift ingediend bij de kerken.

Op dit welkomsbord staat een toren zonder wijzers, vermoedelijk heeft het betrekking op dit verhaal. foto: www.arkansas.com

Op dit welkomsbord staat een toren zonder wijzers, vermoedelijk heeft het betrekking op dit verhaal. foto: www.arkansas.com

De wijzers van de klokken moesten worden afgenomen, indien geen pacht betaald werd. De kerk betaalde. De stad, die in de haast niet aan haar eigen klokken gedacht had, moest, of ze wilden of niet, voor de stations- en raadhuisklok pacht betalen: van de overige klokken werden de wijzers afgenomen.

De horlogemakers juichten!!

Nu woonde aan de stadsrand in een klein huisje een oude man die elke cent driemaal omdraaide, alvorens hem uit te geven. Aan de gevel van zijn huis bevond zich een klok. Niemand wist eigenlijk waarom daarboven aan het nokje van het dak een steeds goed lopende klok was ingebouwd. Maar die klok was er nu eenmaal en de aardige oude baas moest dus pacht betalen. Recht is recht. Hij ging naar het stadhuis, liet zich het besluit tussen stad en horlogemakers voorleggen, las dit, schudde zijn hoofd en mompelde: ,,Dat is heel eenvoudig. Hier staat het:….een klok die de juiste tijd aangeeft… Dat varkentje zullen we wel wassen. Hij ging naar huis, nam een ladder zette deze tegen de gevel van z’n huisje en zette de klok 20 minuten voor.

Daaronder hing hij een stuk karton, waarop het volgende was geschreven:

Nieuwe afbeelding (9) - kopieDe horlogemakers protesteerden. De man stond echter volkomen in z’n recht. Het besluit zei duidelijk, wat er verboden was en van een niet goed- lopende klok werd in dit besluit geen gewag gemaakt. Veertien dagen later was er geen enkele klok in het hele stadje te vinden, die nog de juiste tijd aanwees. Alle klokken liepen voor of achter en onder elke klok hing een stuk papier of karton, waarop het tijdsverschil stond aangegeven. Het besluit van de wijze vroede vaderen zal wel weer spoedig ongedaan gemaakt zijn.

——————————————————————————————————————–

**Het is mogelijk dat het verhaal zich af heeft gespeeld in Arkansas City.

Meer over Historic Arkansas city op: http://www.arkansas.com/places-to-go/cities-and-towns/city-detail.aspx?city=Arkansas+City

* (Een Kamper ui is een benaming voor spot- en plaagverhalen waarin  bestuurders van bepaalde plaatsen door de omgeving belachelijk worden gemaakt..)

Muurreclame voor de Kamper uien van J. J. Fels d.d. 1857 fotograaf Jan Lafeber

Muurreclame voor de Kamper uien van J. J. Fels d.d. 1857 fotograaf Jan Lafeber

Kamperui: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kamper_ui chronos 8e jaargang no.14 - kopie

 

 

 

 

Eeuwigdurende kalender.

Puzzel !

In de zomer 2012 was ik op bezoek bij Theo Toonen in Sambeek, om een artikel* over Theo zijn zelfgebouwde klokken te maken. Theo verraste mij met een schoolschrift met daarin de beschrijving van een Eeuwigdurende Kalender. Hij had deze van Toon Derks uit St.Anthonis gekregen, en die had het weer van Piet Jansen uit Boxmeer. Van Theo bekwam ik ook nog enkele foto’s van Piet Jansen en een tekening. Nadat ik de gegevens van het schoolschrift en de foto’s had ingescand, dacht ik waar zou die tekst en die foto vandaan komen! Enkele jaren eerder was ik al eens bij Peter Janssen, een kleinzoon van Piet Jansen de klokkenbouwer op bezoek geweest en die had nog een jaargang van het weekblad ” De Horlogemaker” uit 1884 liggen. Deze jaargang mocht ik fotograferen. Het stond mij nog bij, dat er uit deze jaargang enkele foto’s of tekst waren geknipt. Dus liep ik het samengebonden weekblad van ”De Horlogemaker” nog eens na, en warempel, op blz. 281/282 was de foto er uitgeknipt. Na het bekijken van de tekst bleek deze exact hetzelfde te zijn in het schoolschrift wat ik van Theo Toonen gescand had. Wie het heeft geschreven en wanneer, daar ben ik nog niet achter maar het zou best kunnen dat horlogemaker Martinus Michiels** , uit Rijkevoort het geschreven heeft, gezien het handschrift in de jaargang van 1884. 

Zeker is dit niet want het artikel in ”De Horlogemaker” is van 21 december 1884 en in het schoolschrift staat 6 januari 1884.

Er viel mij nog meer op, namelijk dat de heer Henk Edens mijn vader het een en ander vertelt heeft over de klokkenmaker Piet Jansen. En aangezien Henk Edens zijn vader Jan Siemon Edens 1880- 1978***  een kalender klok heeft gebouwd zou die daarvoor vermoedelijk ook  informatie voor verkregen kunnen hebben van Piet Jansen. Al met al leuke bijkomstigheden, die net als een uurwerk, soms als een puzzel in elkaar vallen. 

 

Rechts handschrift in het blad:

 *    Artikel: Theo Toonen, Sambeek.

**  Artikel: Horlogemaker Martinus Michiels

*** Artikel: Kalenderklok J.S.Edens Boxmeer 

Hieronder de tekst en de foto, zoals die in ”De Horlogemaker” en het schoolschrift staan.

 uit ,   De Horlogemaker van 1884’

(Met een afbeelding).

In het ,, Journal suisse d’horlogerie’’ werd eenigen tijd geleden door een abonné de vraag gedaan, of er een werk over de uurwerkmakerskunst bestond, waarin een tekening en een uitvoerige beschrijving van de mechanische inrichting van een eeuwigdurenden kalender waren opgenomen. Daar van den kant van der lezers geen antwoord werd ingezonden, gaf de redactie zich de moeite in de uitgebreide verzameling van geschriften over uurwerkmakerskunst, die haar in alle talen en uit alle tijden ter beschikking staan, naar iets dergelijks te zoeken, zonder echter een handleiding te vinden, die geschikt op uurwerkenzou kunnen worden toegepast.

Bewerkte tekening

Het kwam er dus op aan om in een leemte van de vakliteratuur te voorzien. Een werktuigkundige werd gevonden, die zich bereid verklaarde de tekening te leveren zooals wij die hierbij voegen, en waarbij dit artikel tot opheldering dient. Er bestaan een groot aantal mechanismen voor eeuwigdurende kalenders, waaronder echter slecht weinige worden gevonden, welke de voor een goed systeem onontbeerlijke eigenschap van een zekeren gang bezitten. De hier beschreven inrichting kan in elk opzicht worden aanbevolen als een systeem, welks resultaten reeds de proef hebben doorstaan. Het door het minuutwerk voortbewogen rad H maakt een omwenteling in 24 uren, en draagt een beweegbare duim a, die tegen een pen rustende, den veelarmigen hefboom D aan zijn uiteinde p kan uitlichten. Deze hefboom, welks draaipunt zich bij i bevindt, werkt door zijn verschillende armen: 1) met het uiteinde c op het stervormige weekrad A met 7 tanden, en 2) door het uiteinde b op het datumrad c met 31 tanden. De duim a doet verder het rad E mat 59 tanden, dat de maanstanden draagt, dagelijks een tand verspringen. Het gedeelte van het werk, dat den eeuwigdurenden kalender vormt, bestaat uit een rad F, dat in het datumrad C grijpt en die beide 31 tanden hebben. Het eerste rad, dat dus een maand voor een omwenteling behoeft, doet bij elke omdraaiing het rad G met 48 tanden met behulp van de beweegbare duim n een tand verspringen. Dit rad G zal derhalve zijn omwenteling in 4 jaar  volbrengen. De volle gedeelten der omtrek van de telschijf B, die op het rad G bevestigd is, komen met de maanden van 31 dagen overeen,en door de minst diepe insnijdingen met de maanden van 30 dagen; de 4 insnijdingen, die het diepst zijn, dienen voor de maand februari. Bij e merkt men een Februari- insnijding op, die minder diep is dan de drie andere, zij is aldus gemaakt met het oog op het schrikkeljaar voor 29 dagen. Elken dag zal nu de hefboom D, waarop de veer h werkt, wanneer hij de week- en datumrad heeft doen verspringen, weder in zijn rust terugkeeren, waarbij zijn arm r tegen de telschijf zal rusten en wel naar den stand der schijf tegen den omtrek of in een der insnijdingen. De door de zijn veer aangedrukte vinger u ligt op de exentriekschijf k. Op den voorlaatsten dag van elke maand valt hij voor het hooge gedeelte van de exentriek. Op den volgende dag komt dan de hefboomarm b in zijn plaats in werking, maar de vinger (boksvoet) staat nu tegen de hoogte van de exentriek en maakt het dus mogelijk, dat de arm b door middel van de boksvoet u het rad C zooveel tanden laat verspringen, dat de datumwijzer op den eerste dag van de volgende maand komt te staan. Men zal gemakkelijk begrijpen, dat de boksvoet u des te eerder in den grond der insnijding zal vallen en een des te langeren weg te doorlopen heeft, indien de arm r in een diepere inkeping van de telschijf B komt te rusten. In den stand, dien de figuur aanwijst, geeft de datumwijzer den 1 December van het voorlaatste jaar vóór een schrikkeljaar aan. De beide deelen  m en t stellen in staat om het uurwerk in de eerste plaats op de juiste dagteekening en met behulp van t op den behoorlijken maanstand te brengen. De duim a beweegbaar gemaakt om de wijzers bij het verzetten ook terug te kunnen draaien zonder stoornis in den gang van het mechanisme te behoeven te vreezen. Indien het rad H achteruitgaat, wordt deze duim door den arm p vastgehouden, en daar zij van onderen schuin is afgesneden, kan de zich aan het rad bevindende pen daaronder doorsluipen, als zij de duim a eenigszins opheft, hetgeen mogelijk is door de buigzaamheid van de kloof s, die de speelruimte van het rad H begrenst. In de teekening moest het rad F dezelfde middellijn hebben als het Datumrad C.

George Washington

Van tweeën één   Uit Chronos 1957

De bekende grondlegger van de Amerikaanse onafhankelijkheid was een man van weinig woorden. Hij was een uitermate plichtsgetrouw man, die aan zijn medewerkers dezelfde hoge eisen stelde als aan hemzelf. Toen dan ook één van Washington’s sekretarissen eens een half uur te laat verscheen trachtte deze zich met veel omhaal van woorden te verontschuldigen. Washington evenwel, kort van stof als altijd, bromde:

,,Er bestaan maar twee mogelijkheden: of U schaft zich een nieuw horloge aan, of ik schaf mij een nieuwe sekretaris aan.’’

 

Charlie Chaplin

Het Gouden horloge van Charley Chaplin

Uit: Chronos 29 februari 1955

In zijn films droeg Chaplin dikwijls een pralerig gouden uurwerk met dito ketting. Ziehier de geschiedenis van dit uurwerk, zoals de grote filmspeler ze zelf vertelt.

Het was na de pemière van m’n film ,, De Goldrun” te New York. Om mij te onttrekken aan de ovaties op straat, zocht ik toevlucht in de metro…… Toen ik thuis kwam, ontdekte ik tot m’n grote verbazing, een gouden uurwerk in de zak van mijn jas. De volgende dag ontving ik de volgende brief:

,, Waarde mijnheer Chaplin.

Ik heb uw film gezien en ben verrukt. Gisteren had ik de gelegenheid U van dichtbij in de metro te zien en, in mijn hoedanigheid van beroepsdief, was ik zo vrij, een gouden uurwerk, dat ik zo pas iemand ontfutseld had, als eerbetoon, in uw zak te doen glijden. ”

Chaplin bracht het uurwerk bij de politie en vertelde zijn avontuur ter gelegenheid van een perscoferentie. Zodoende kwam het in alle kranten te staan. Twee dagen nadien ontving Chaplin een andere brief, met een gouden horlogeketting er in , die als volgt luidde:

IMG_6933 (2) - kopie,,Ik ben de eigenaar van het gestolen uurwerk en ik heb mijn klacht ingetrokken en de politie verzocht, het uurwerk te uwer beschikking te stellen. Ik bewonder U ook en zou het sympathiek optreden van de dief niet willen verloochenen. Om deze reden stuur ik U ook de ketting op.”

Chaplin besluit steeds met de opmerking  ,,Dit horloge en deze ketting hebben voor mij meer waarde dan een ,,Oscar’’, die ik nooit ontving en nooit ontvangen zal.’’

(Revue Française des Byoutiers-Horlogers).

Vakantie!

Bekroond reisverhaal………….. uit Chronos  9 oktober 1954   

De Amerikanen zullen wel een wonderlijke indruk van de Nederlandse  horlogemaker gekregen hebben, toen zij meneer J.Klaarenbeek’s verhaal in de ” New York Herald Tribune ” lazen. Dat verhaal was nota bene een bekroonde ” travel story ”. Hier is het:

Mijn vrouw en ik maakten een vakantiereis per fiets, toen we ergens in het zuiden van ons land een heuvel afreden en in het dal een lief dorpje zagen liggen, dat zich koesterde in de avondzon. ” Hè, laten we hier onze tent opslaan!” riep mijn vrouw  verrukt uit en ik vond het een prachtig idee. Toen de tent overeind stond, kwam ik tot de ontdekking, dat mijn horloge niet meer liep. Het bleek kapot te zijn.

We slenterde door de stille avond naar het dorp, dat al lag te rusten. Toch vonden we na wat zoeken en vragen, een horlogewinkel. De eigenaar zat op een stoel in de gang van zijn woonhuis  naast zijn zaak lekker te snurken. Even aarzelden we, maar toen pakten we hem bij zijn schouder en wekten hem. ” Ach, wilt U mijn horloge repareren ? “  vroeg ik vriendelijk. ” Wel zeker.” Antwoordde de man op dezelfde beminnelijke toon, liet zijn hoofd weer voorover zakken en snurkte lekker verder.

Opnieuw schudden we hem wakker. ” Wanneer wilt U het dan doen?”  informeerde we. De man zuchtte even diep, veegde langs zijn mond, hief zijn hoofd op en brulde: ” Ma!!!!!!”.  ”  Geschuifel in de gang. Daar was ”Ma”. ” Vertel  ’s Ma, hoeveel geld bezitten we nog ? “ vroeg de man. Ma trok een la in de winkel open, keek even en riep toen: ” Tien gulden! ” ” Tien gulden!” herhaalde de man, ” dat is voldoende voor vandaag………. Voor morgen en voor overmorgen. Kom over een dag of drie nog maar eens terug……”

We konden onze oren bijna niet geloven. Maar we hadden vakantie en het horloge van mijn vrouw liep nog goed, dus konden we zonder bezwaar drie dagen wachten. Na drie dagen stonden we weer prompt bij de horlogemaker. Hij keek even in mijn horloge, nam het mee naar zijn werkplaats, repareerde het en kwam na ruim een kwartier weer terug. ”Dat kost één gulden,” zei hij beleefd. Het horloge loopt nog steeds perfect………

Bert Prinsen Geerligs

” Horlogemaker, zie eens hier, want mijn Horloge deugt geen zier “

 

Alles is maar tijdelijk !

Meerlo, anno 1983 Zeer gewaardeerde heer directeur

Toos Schwartzwald !

Toos Schwartzwald ! foto: wikipedia

 

Toen ik vanmiddag mijn twaalfuurtje at, o.a. een appel met een pier in ’t klokhuis, nam ik daar alle tijd voor. Want een goed werk heeft tijd van doen nodig. Normaal, dus de rest van de dag, woeker ik met mijn tijd, want daar kun je de klok op gelijk zetten het is alleen werken wat de klok slaat. Tijd is geld!

Ja geachte directeur, ook ik heb betere tijden gekend, graag zou ik de klok terugzetten!

Ik wil dit niet aan de grote klok hangen, maar in vroegere tijden kon men nog de klokjes van gehoorzaamheid horen slaan ! De werkers van het eerste uur namen met tijd en wijle toch de tijd, om iets anders te doen dan tegen de klok op te werken. Zij dachten misschien wat vaker als wij nu, ‘’ Het zal mijn tijd wel duren’’ en binnen het tijdsbestek van een uur gaans liepen zij naar vrienden. Bij het openen van de deur riepen zij met een stem als een klok, hoe later op de avond hoe leuker het volk,   en gingen door tot in de kleine uurtjes ! Waarmee ? Dat weet ik niet !

Maar ook voor hen was er een tijd van komen en een tijd van gaan! Zij wierpen dan een blik op de klok die net twaalf uur sloeg en spoedden zich gehaast naar huis, helemaal van slag af. Want twaalf uur, dat was het uur van de waarheid, het spookuur ! Ja geachte directeur, dat waren rare tijden, toen gebeurde er nog rare dingen !

Vaak heb ik heimwee naar die goeie oude tijd.

Als s,nachts de maan in het eerste kwartier staat, staar ik vaak vele minuten naar de donkere hemel en denk dan, ja meid, dat waren andere tijden met andere zeden. Op zo’n avonden hoor ik wel eens de klok luiden, maar ik weet niet waar de klepel hangt. Maar misschien kom ik daar in de loop der tijden nog wel achter. Komt tijd komt raad niet waar !

Ja, geachte directeur U merkt wel dat ik worstel met tijdrovende problemen. De reden dat ik U in dit verloren uurtje schrijf is het volgende : zoals de klok bij mij thuis tikt, tikt ze nergens. Maar toch zou ik aan mijn verzameling wat nieuws toevoegen. Ik zocht namelijk  een houten koekkoeksklok, met een Duitstalige koekoek, een  Spaanse Torro- ole- slager een originele Italiaanse ravioliwekker gesmeerd met tomatensaus en een Engelse bimbam met westminster slag, Greenwichtijd, breedtegraden en dan bij voorkeur uitgevoerd in Schotse ruit. Ik zoek al lange tijd hiernaar en met de gedachte, de tijd gaat snel gebruik hem wel, in mijn achterhoofd, heb ik U geschreven. Beter laat dan nooit nietwaar !

Ik hoop dat U mij de goede tijding kunt geven dat U de betreffende klokken in voorraad hebt en dat U ze voor mijn verzameling wilt reserveren. Ik eindig met de hoop dat, als mijn laatste uur heeft geslagen, ik nergens een seconde spijt van heb, en hoop voor U hetzelfde.

Hoogachtend, Toos Schwartzwald

P.S. Alles is maar tijdelijk !